Akkoortje 25

 

Het WK Voetbal

 

Als columnist probeer je altijd de actualiteit een beetje te koppelen aan de website of krant waar je voor schrijft, in ons geval het Stadhuiskoor. Vrij vertaald; hoe koppel je een mooi één tweetje aan een tweekwartsmaat? Tot vrijdag 12 juni had ik daar geen idee van en had ik er ook niet over nagedacht omdat ik deze keer, net als vier jaar geleden, het WK voetbal boycot. Bovendien heb ik geen idee wat muziek precies met je lichaam doet en dus ook niet wat nummers als 'We houden van Oranje', 'Hup Holland hup', 'Van links naar rechts' en 'Viva Hollandia' voor invloed hebben.

Als Feyenoordsupporter weet ik wel wat voetbal met het menselijk lichaam doet; verrekte hamstring, gescheurde kniebanden, gebroken enkels, hersenletsel etc.

Probeer met de wetenschap van het bovenstaande maar eens een fatsoenlijke column te schrijven…

 

Gelukkig werd ik geholpen door Wilma de Rek, cultuurverslaggever bij De Volkskrant. Afgelopen vrijdag publiceerde zij een artikel met de kop:

Meezingen met het volkslied? Heel goed voor voetballers en publiek, want het brengt eenheid in de groep.

Door haar weet ik dat er tijdens dit WK maar liefst 208 keer een volkslied wordt gespeeld en dat sommige volksliederen zelfs door grote componisten zijn geschreven. Het Duitse volkslied is ontsproten aan het brein van Haydn en het Oostenrijkse aan dat van het Weense wonderkind Mozart. Dat zou een goede reden kunnen zijn om deze twee liederen op te nemen in repertoire van het Stadhuiskoor.

Nu is het mogelijk dat sommige leden het niet kunnen verdragen om deze liederen te zingen omdat we regelmatig verliezen van de Duitsers en ook nog van Oostenrijk tijdens het laatste EK. Even omdenken is dan het advies: met korfbal winnen we altijd van deze landen.

 

Wilma de Rek stelt zich ook de vraag hoe het kan dat je bij de Marseillaise opgewekt begint mee te wiebelen en bij het Wilhelmus de neiging krijgt in huilen uit te barsten. Dat laatste herken ik wel, maar voor mij heeft het vooral te maken met het moment waarop het volkslied gespeeld wordt, welke prestatie is geleverd en wie deze prestatie heeft geleverd, dus wel bij Femke Kok en niet bij Jutta Leerdam en ook niet voor aanvang van een voetbalinterland, maar wel bij een wereld- of Olympisch kampioenschap van het Nederlands 3 x 3 basketbalteam.

 

De vraag is dus hoe muziek ons lijf beïnvloedt; hartslag, ademhaling en andere ritmische onderdelen (houten poot).

De meeste volksliederen zijn getoonzet in een tweedelige maatsoort, een marstempo. De meeste Europese volksliederen zijn ontstaan aan het begin van de 19de eeuw, toen na de val van Napoleon de orde moest worden hersteld en het nationalisme in zwang raakte. Volksliederen zouden helpen bij het smeden van nieuwe eenheden. En dat is helemaal geen rare gedachte, want muziek zet mensen inderdaad in zekere zin gelijk. Dat fenomeen heet entrainment, synchroniciteit, en het werd in de 17de eeuw bij toeval ontdekt door Christiaan Huygens, de uitvinder van het slingeruurwerk. De slingers van de pendules die Huygens aan een balk had hangen, gingen na tijd synchroon met elkaar bewegen. Huygens constateerde dat de balk hun trillingen aan elkaar doorgaf, met als resultaat dat ze zich aan elkaar aanpasten.

Hoogleraar muziekcognitie aan de Universiteit van Amsterdam Henkjan Honing laat dit wel eens zien aan de hand van twee metronomen. Die zet hij dan naast elkaar op een kartonnen plankje met twee lege colablikjes eronder om het plankje vrij te kunnen laten bewegen. Hij geeft ze een tikje, het gaat helemaal ongelijk, maar al na enkele seconden staan ze met elkaar te synchroniseren.

Zelf hebben we dit kunnen constateren toen we in oktober langs een klokkenwinkel liepen in Florence, alle slingers bewogen in hetzelfde tempo. Als het me lukt voeg ik een video hiervan toe aan de website.

 

Niet alleen metronomen en slingeruurwerken gaan met elkaar in de pas lopen als ze elkaars trillingen opvangen, mensen doen het ook. Mensen beschikken van jongs af aan over het vermogen uit muziek de regelmaat op te pikken. Dat wordt ook wel beatperceptie genoemd. Dat vermogen is cruciaal om samen muziek te maken. Als koor merken we dat regelmatig bij het zingen natuurlijk. Als we te langzaam zingen en Janneke wil het tempo opschroeven dan blijven we maar naar elkaar luisteren en gaan pas sneller zingen wanneer de toon (tempo) aangevende personen sneller gaan zingen.

Het sterkst merk ik het als ik voor de dinershow Kabarett aan het repeteren ben. Het repertoire van Brecht is niet echt gemakkelijk en zeker niet als je begint aan de Kanonensong, de coupletten zijn echte tong- en melodiebrekers en we (duo) zijn dan ook blij wanneer we aanbelanden bij het refrein dat na enig oefenen gemakkelijk meezingt; snelle synchronisatie, de juiste beats etc.

 

Een deel van het lekkere gevoel van beats wordt verklaard door de voorspelbaarheid ervan. Onze hersenen zijn voortdurend bezig voorspellingen te maken en niets is zo voorspelbaar als een regelmatige beat. Je ziet bij hersenscans dat mensen zich echt op die beat verheugen. Elke keer dat die voorspelling uitkomt, komt er wat dopamine vrij, soms ook wat endorfine en oxytocine, allemaal hormonen die maken dat je je beter voelt.

 

Het is daarom duidelijk waarom bijvoorbeeld Frankrijk altijd tot de favorieten behoort: de Marseillaise is niet alleen strijdlustig, maar heeft ook het juiste tempo, 116 beats per minuut, en een opmaat, waardoor iedereen goed kan synchroniseren. Het Wilhelmus gaat met gemiddeld 80 bpm een stuk trager, maar het goede nieuws is dat het volkslied van Japan, de eerste tegenstander van Nederland, nog veel slomer is: 62 bpm.

 

We zullen dan ook wel van Japan gewonnen hebben. En Kaapverdië (100 bpm) heeft vast van Spanje (76 bpm) gewonnen. Lastig wanneer je als columnist het WK Voetbal boycot……

Akkoortje 25 English Version Pdf

PDF – 76,9 KB 0 downloads