Akkoortje 26
Lekkere stukken
Ode aan Mike Boddé
Opmerkingen uit onze columns kunnen soms iets teweegbrengen in het repertoire van ons koor. Dat is niet alleen geinig, maar het levert ook prachtige stukken op. Nu wil ik niet pretenderen dat ons gevarieerde aanbod van stukken dat we zingen geheel op conto van de columnschrijvers te schrijven zou zijn. Nee, dan zouden we Janneke tekort doen! Wel heeft Janneke een opmerking over seizoensgebonden liederen omarmt. Zo zingen we elk voorjaar Op een mooie Pinksterdag en ook een prachtige Choral uit de Mattheuspassion, niet persé in die volgorde. Om op het laatste muziekstuk door te gaan: Bach heeft het christelijk Paasverhaal prachtig op muziek gezet en uit dat verhaal komt de Choral 23, die wij, al zeg ik het zelf, niet onverdienstelijk zingen.
Soms hebben onverwachte mooie ontmoetingen veel impact en dan wil je daarover schrijven. Zo wil het geval dat wij columnschrijvers op meerdere manieren hernieuwd kennis hebben gemaakt met de talenten van Mike Boddé. Als je nu denkt ‘waar ken ik die naam van?’ Boddé is een virtuoos pianist en zanger uit Rotterdam. Hij heeft samen met Thomas van Luyn het cabaret-en muzikantenduo Mike&Thomas gevormd. Ze hebben shows in theater en op tv gemaakt. Hij heeft imitaties gedaan bij Kopspijkers (onder andere burgemeester Opstelten, koning Willem Alexander en Henk van Dorp) en hij is een hele tijd sidekick geweest van Paul Witteman in Podium Witteman, later Podium Klassiek. Boddé heeft een boek met bijbehorende afspeellijst geschreven dat heet Lekkere stukken. Die titel heb ik dus gepikt voor deze column, omdat ik toch een soort eerbetoon wil brengen.
In zijn boek schrijft hij over Bach, en ik citeer:
Bach zet stappen in een compositie die een direct gevolg zijn van onverbiddelijk, ijzeren logica, maar die iets opleveren wat verbijsterend modern is.
Net als de meesten van ons is Boddé dol op Bach, alhoewel hij de composities vaak moeilijk te doorgronden vindt. Bach heeft een unieke manier van denken en heeft waarschijnlijk toch intuïtief gecomponeerd, omdat hij, volgens Boddé, te weinig tijd had om meesterwerken te schrijven. Hij was te druk bezet met beminnen, kinderen maken en ruziemaken met de kerkenraad. Heel grappig om dit in je achterhoofd te houden als je een deel van de toch heel serieuze Mattheuspassion zingt (of beluistert).
Ik word gelijk benieuwd wat hij allemaal te melden heeft over andere componisten, zoals Schubert, Mozart en Beethoven, gezien de recente aanwinst: Die launige Forelle. Helaas komen deze componisten in dit boek niet voor. Over Beethoven heeft Boddé ooit een muzikale lezing gehouden op het Beethovenfestival afgelopen juni in Zutphen waarin hij de vraag besprak of Beethoven, net als hijzelf, een bipolaire stoornis had, iets wat we van Schumann wel zeker weten, en of dat zoveel jaren later nog te constateren is. Boddé brengt wel een ode aan Schumann en bezingt hierin zijn stoornis op liefdevolle wijze. Als ik dan toch bezig ben: ik zou willen voorstellen om met ons koor Ode aan Schumann te zingen, van Boddés album Extra lekkere Stukken. Alhoewel ik niet weet of dit ook al bewerkt is voor een gemengd koor.
https://youtu.be/IrBrPYBrlcQ?si=GC3pUQowSS-PGjzh
Terug naar de vraag rondom de wel of niet aanwezige bipolaire stoornis bij Beethoven: in Beethovens composities zou daar, volgens hem, wel iets van te herkennen zijn. Ik vrees dat Die launige Forelle ons daar geen uitsluitsel over geeft. Of denkt één van jullie van wel? Ben benieuwd!
Boddé is ook bewonderaar van een componist van een heel andere orde: Rachmaninov. Hij vindt sommige pianoconcerten van hem wat saai, maar zijn preludes en variaties op een thema van Chopin prachtig. Geïnspireerd door hem ga ik direct op zoek of Rachmaninov ook stukken voor koren heeft geschreven. Ik stuit op het wonderschone Bogoroditse Devo https://youtu.be/JlGE0fyYCxE?si=PzfIrcPquzZ-emYO
Als ik een voorstel mag doen, ik ben toch bezig, op ons repertoire, snel. Luister zelf maar!
Wat ik jullie niet wil onthouden is de onderbouwing van Boddé hoe het komt dat de andante, het langzame stuk, van een sonate voor cello en piano van Rachmaninov, hem tot tranen kan beroeren. Boddé zegt dat dit komt, omdat het stuk in Es is geschreven. Dit is en ik citeer weer:
Een toonsoort die zegt: ‘Het is koud buiten, kom maar lekker binnen bij het vuur, hier heb je een mok warme chocolademelk en een handje pepernoten. Zal ik je masseren, of zal ik even je voeten wassen? Hier onder de dekens is het lekker knus; heb je condooms bij je? Loop ik te hard van stapel?’ Zo’n toonsoort.
Boffen wij even dat wij al een stuk in Es zingen en dat maakt de cirkel rond: Choral 23!
Ter geruststelling voor diegenen onder ons die wat meer van moderne muziek houden: Boddé schrijft ook over jazz en pop, dus voor ieder wat wils. Toch houd ik het even hierbij, samen met mijn beeld van Mike Boddé, die achter een prachtige vleugel uit de 19e eeuw, mij recht in mijn hart raakt met zijn fenomenale pianospel. Kom, jongens en meisjes van het Stadhuiskoor, laten we weer aan de gang gaan en ook vol liefde en passie de prachtigste stukken zingen: of het nu Lascia chío pianga is of Danny Boy! (of zal ik in het kader van deze column zeggen: of het nu Choral 23 is of Die launige Forelle?)